Posts Tagged ‘Foto’s’
Anders kijken
Gisteren was ik bij een workshop Anders Kijken van fotografe Else Kramer. Met een klein groepje trotseerden we de warmte van de middag en gingen we op zoek naar kleur, vormen en structuren.
Else liet ons ervaren dat je niet snel bent uitgekeken op een object, dat je kleur op allerlei manieren kunt vangen en dat het leuk is om een thema te pakken te krijgen. Op deze zonnige middag diende zich voor mij als vanzelf de schaduw aan. Hé, leuk zeg, anders kijken!
Mezen van het padje af
Toen G gisteren het mezenkastje inspecteerde (geen gekwetter meer, mezen uitgevlogen), trof hij één dood meesje aan op het verlaten nest. Een trieste aanblik. Vervolgens deed hij het kastje weer dicht en zette het op de tuintafel.
Gisteren vroeg in de avond was er vervolgens weer druk mezenverkeer, de druiventak op, de druiventak af. “Waar o waar is ons huis gebleven?” zag je de mezen kwetteren. Uit arren moede bezichtigde Pa Mees het belendende mezenpand, dat ze tot nu toe geen blik waardig keurden, maar keer op keer kwamen ze toch weer terug op de oude vertrouwde landingstak. Het zag er wanhopig uit.
En dat was het ook.
Vandaag bleek waarom. Toen ik het mezenkastje leeghaalde – uit angst voor ongedierte, maar dat is misschien geheel misplaatst – bleken er naast het lijkje van de eerste leg drie nieuwe eitjes te liggen. Te laat natuurlijk om onze fout te herstellen. Je moet ook niet willen ingrijpen in de natuur! Hoogmoed.
Pa en ma Mees zijn dus direct na het uitvliegen van hun jongen ijverig aan de slag gegaan met nieuw broedsel. En nu ligt het nestje met de eitjes én het dooie jong in de compostcontainer. Moeten ze zelfs eerst weer opnieuw gaan bouwen en inrichten.
Ik zal het nooit meer doen.
HePi: de pahadehen op…
De stappenteller die ik afgelopen vrijdag cadeau kreeg, wees aan het einde van de zondagse wandeling aan: 20 duizend 146 stappen. Geen kattenpis, zelfs met mijn korte beentjes en driftig staptempo. Althans, dat laatste merkten mijn wandelgenoten ietwat schamper op.
Dit pinksterweekend wandelden we, net als de afgelopen hemelvaartsbreak, weer door het Brabantse land. Op vrijdag de NS-wandeling van Boxmeer naar Vierlingsbeek, zaterdag maakten we een rondje rond de vennen bij Lierop, het Beuven en het Starven. Rare namen, die je gemakkelijk verkeerd uit zou spreken.
Van Boxmeer naar Vierlingsbeek
Zaterdag stond vooral in het teken van de meidoorn en het fluitenkruid. Eerst een stukje door Boxmeer en langs de Maas. Iets voorbij de Sambeekse sluizen (waar overigens de kroketten een aanrader zijn) begint het Maasheggenlandschap, een onverwacht bosachtig mini-landschap met kleine hoogteverschillen. Eindoordeel over de wandeling: bijzonder en afwisselend, maar iets te veel asfalt.
Rond de vennen bij Lierop
Het leek erop dat het merendeel van de Brabanders hun vakantie-uitkering heeft gebruikt voor de aanschaf van een fiets, al dan niet met elektrische hulpmotor. En die probeerden ze zondag uit op de fietspaden rond de vennen bij Lierop, precies waar wij liepen. Bijna geen andere wandelaars te zien, en geen wonder ook. Overal waar je keek op de grote stille heide trokken de stoere tweewielers, uitgerust met boordcomputer, 27 versnellingen en geïntegreerde GPS voorbij. Een plaag. Zelfs op de bospaden werden we nog omvergereden door een enkele ATB. Het moet toch niet gekker worden!
Blauwborstje
In de uitkijkhut bij het Starven ontmoetten we een vogelaar met een enorme camera. Hij liet ons het blauwborstje zien dat hij die ochtend te pakken had gekregen. Natuurlijk in geen velden of wegen meer te bekennen. Daarvoor moet je óf heeeeel veel geluk hebben óf uren op wacht zitten en dan wandel ik toch liever. Even verderop troffen we nog een bosje vogelspotters met kijkers en camera’s. Waar spotters zijn, zijn ook vogels. En ja hoor, hoog boven ons cirkelden traag een paar joekels van roofvogels.
We voltooiden de wandeling (13 km) binnen een redelijke tijd. Eindoordeel: veel fietsers en vogels (inclusief een langsvliegende wielewaal). Voor herhaling vatbaar in de late zomer, als de heide bloeit. Dan staan die fietsen ook vast weer in de Brabantse schuurtjes.
Van Boxtel naar Oisterwijk en terug
Heen is niets, maar terug! Een zegswijze van mijn vader die vaak opgaat, maar gisteren niet. Heen duurde een uurtje of vier, terug eenzelfde aantal minúten. Maar goed, heen hebben we dan ook een enorme omweg gelopen, en terug zaten we in de trein.
We wandelden over de Kampina en door het vennengebied bij Oisterwijk. De Kampina is een ongerept natuurgebied waar paarden loslopen, in de Oisterwijkse vennen zagen we allerlei mooie kikkertjes. In het foldertje staat dat er in dit gebied een heikikker voorkomt, die knalblauw kleurt in de paartijd.
Dan was het óf geen heikikker, óf geen paartijd, want onze kikkers waren gewoon groen met een gele streep op de rug. Zo’n blauwe had me wel spannend geleken. De zwarte ooievaar die ons in het vooruitzicht was gesteld, hield zich schuil. Vlakbij zagen we een koekoek, die er al vliegend lustig op los koekoekte. In de grote boom waar hij eventjes landde, kregen we ‘m jammer genoeg niet te zien, hoewel hij zich voortdurend liet horen.
Het was de eerste langere wandeling van dit seizoen, 16 kilometer, en dat was de volgende dag goed te merken. Stijve beenspieren en ongemakkelijke voeten. Dat betekent meer oefenen om in de zomer weer op volle sterkte te zijn.
Uitputtend ouderschap
Tjonge, wat werken die mezen in mijn tuin hard. Pa en Ma Mees zoeken van zonsopgang tot zonsondergang de lekkerste hapjes voor hun kroost, dat in een aftands mezenhok aan de schutting luid zit te piepen.
Het hok doet al jaren dienst als mezenonderkomen, soms zelfs twee keer achter elkaar. Op de aanvliegroute voor hun huidige woning liggen een paar handige druivenranken voor de tussenlanding.
Natuurfotograaf zal ik wel nooit worden. De volharding die het mezenpaar aan de dag legt, kan ik bij lange na niet evenaren.
Pa of Ma Mees strak op de digitale plaat vastleggen is een geduldwerkje, en helaas is geduld niet altijd mijn beste kant. Die beesten zijn watervlug; de meeste foto’s die ik gemaakt heb, laten alleen een bewogen vlek zien (zoals hierboven), een staartje uit het mezengat of een lege druivenrank waar net nog Pa Mees zat. Pff, wat een vak! Maar goed, hieronder staat-ie dan, met dikke worm.
Dat zijn kindertjes er maar lekker van mogen genieten.
Update 10 mei 2010
Vanochtend hipte en fladderde er wel een kwartier lang een nieuwsgierig winterkoninkje rond het mezenhuis. Pa Mees liet zich er niet door van de wijs brengen en voederde driftig door. Zodra hij kwam aanscheuren, maakte het koninkje zich even uit de voeten, maar even later was hij er weer: op de tak, op de schutting, op de andere tak. Voor zover het minibrein van het winterkoninkje zoiets toe zou laten, zag je ‘m denken: ‘Wat is dat voor gepiep?’








