Naar het circus

Vandaag zijn de winkels dicht. Het is Toussaint, Allerheiligen, een vrije dag voor de Fransen. Dat betekent dat de kinderen een lange herfstvakantie hebben – nog twee dagen vastgeplakt aan vorige week. Dat komt goed uit, want het is hier uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Flink over de twintig graden zelfs. La Dépèche, de regionale krant, maakt melding van een buitengewoon lang badseizoen aan de zuidelijke stranden.

Ook in de bergen was de vakantiesfeer goed merkbaar. Hele families maakten aan het einde van oktober een uitstapje naar de ‘cirques’, spectaculaire keteldalen in de Pyreneeën. Ook wij profiteerden van het mooie weer en bewandelden het Cirque de Gavarnie en het Cirque de Troumouse. Vorig weekend Gavarnie (met Bert en Klazien) en afgelopen zondag Troumouse (met Joost en Lilian).

gavarnie1016

gavarnie-watervalHet wereldberoemde Gavarnie is een enorme toeristische trekpleister. In de zomer is het file-lopen. Zelfs wie slecht ter been is of gewoon niet van lopen houdt, kan de hoogste waterval van Europa met eigen ogen aanschouwen. Vanaf het dorp brengt een ezel of pony je tot aan de pleisterplaats in het dal. Alleen als je echt dichtbij wilt komen, zul je je nog een beetje extra moeten inspannen.

Natuurlijk kun je dat ‘makkelijke’ pad midden door het dal ook terug lopen, maar zo verdien je geen after-hike biertje. We liepen de wat sportievere variant, hoger langs de steile wand en op het laatst via een zigzagpad steil naar beneden. Met uitzicht op veelkleurige bossen!

gavarnie-herfst

Vlakbij Gavarnie ligt het keteldal van Troumouse, iets minder bekend, maar zeker zo mooi. Er loopt een weg tot bijna bovenaan. Er is een parkeerplaats op 2100 meter, vanwaar je in een uurtje heen en weer kuiert naar de beroemde Cabane de la Vierge, een hutje met een enorm Mariabeeld; hét uitzichtpunt vanwaar je het hele dal kunt zien.

troumouse

Dat lijkt aantrekkelijk, maar: te makkelijk. Er moet wel gewerkt worden. We deden het complete rondje te voet. De auto bleef beneden bij de kapel van Héas, en wij liepen zo ongeveer 650 hoogtemeters naar boven en beneden en 17 kilometer in het rond. Hoogtepunt van de wandeling wat mij betreft: Lacs des Aires in de kom van het dal. In de zomer zijn daar schapen en koeien, nu alleen maar gras en keutels. Aan alle kanten torenen de bergwanden en -toppen duizend meter erbovenuit. Niets dan rotsen en ijs. Ongenaakbaar, miljoenen jaren oud.

waterval-troumouseEind oktober heb je weinig concurrentie van andere wandelaars. De meeste mensen die met de auto naar boven rijden, blijven angstvallig dicht bij hun voertuig. En zodra je tien minuten onderweg bent, zie je maar een handvol andere liefhebbers. Onze weg terug ging over rotsige paden – gelukkig niet al te smal – langs de steile wanden naar beneden. Voor een finishbiertje moesten we 20 kilometer verderop zijn in Luz St Saveur, want uiteindelijk was het toch echt ver buiten het toeristenseizoen. Hoe warm het ook was.

Oh ja, en om het circus compleet te maken: onderweg stak ook nog een dikke gems ons pad over.

Vijgen, mirabellen, hazelnoten en tomaten (in gigantische hoeveelheden)

tomaten-van-de-buurmanZoveel mirabellen, hazelnoten en vijgen als wij hebben, zoveel tomaten heeft de buurman, Jean-François. Hij is een tuinman van het precieze soort. Zijn moestuin staat er altijd pico bello geschoffeld, opgebonden en bijgeknipt bij en zijn plantjes krijgen elke dag op dezelfde tijd water via een automatisch druppelsysteem. 

Logisch dat hij een geweldige oogst heeft.

Af en toe stapt hij onze tuin binnen met een doos groenten of aardappelen. Deze week kwam Marlène, zijn vrouw, aanlopen met ruim vier kilo tomaten in soorten en maten. Een kist vol. Ze had al zoveel tomatensoep, tomatensaus en tomatensla gemaakt… Nu had ze er genoeg van, dat werd al gauw duidelijk. Ze keek er enigszins vermoeid bij: of wij deze wilden opeten. En er hing nog zoveel aan de planten: als we zin hadden in tomaten, kom ze dan alsjeblieft plukken!

coulis-de-tomatesDus tja, wat te doen? Een paar tomaten door de sla mikken hielp niet erg. Het kistje bleef even vol, leek het. Toch maar de grote braadpan van mijn moeder tevoorschijn gehaald. In De kunst van het koken vond ik een recept dat me wel wat leek. Coulis de tomates à la provençale: een mediterrane tomatensaus. 

Eerst moest die vier kilo tomaten ontveld en ontpit. Al doende bleek dat een enorm karwei, maar goed, ik was eenmaal bezig, dus dan gá je ervoor!

Het recept deel ik hier, waarbij ik voor het gemak de oorspronkelijke hoeveelheden aanhoud. Als je anderhalve kilo tomaten gebruikt, krijg je een mooie hoeveelheid saus voor één maaltijd. Die van mij is nu verdeeld over drie zakjes in de vriezer.

Dit heb je nodig:

  • een pan met dikke bodem,
  • een kleine ui (fijngehakt)
  • olijfolie
  • een kleine eetlepel bloem (ik heb het recept gevolgd, maar ik zie hier eigenlijk niet de noodzaak van in)
  • 1,5 kg rijpe tomaten, ontveld (10 sec in kokend water), ontpit en in stukjes
  •  mespunt suiker
  • zout
  • 2 tenen knoflook (zeer fijngehakt, of hele tenen in het kruidenei)
  • kruiden in een kruidenei (reuze handig, zie foto): peterselie, laurierblad, tijm, theelepel venkelzaad, paar blaadjes basilicum, wat draadjes saffraan, beetje koriander, stukje sinaasappelschil

Laat eerst de ui zacht worden in de olie – niet bruin laten worden. Dan de bloem erbij, even doorroeren en een paar minuten zachtjes mee laten fruiten.

Doe dan alle andere ingrediënten erbij en laat het deksel een minuut of tien op de pan zodat de saus goed aan de kook komt, maar let op: het kan makkelijk aanbranden. Zet het vuur dus direct laag als de boel kookt.

Laat net zolang koken tot de saus aardig is ingedikt. In het boek staat een half uur, maar ik heb mijn saus wel anderhalf uur moeten laten sudderen voordat-ie de gewenste dikte had.

Haal dan het kruidenei eruit en proef of er nog zout en peper bij moet. Je kunt de saus zeven of pureren met de staafmixer, maar ik hou zelf van een beetje structuur.

Lekker bij pasta, denk ik, of bij kip. Ik ga het proberen en laat het hier weten.

Bijen (deel 2)

We zaten net rustig te nippen van ons zondagse aperitiefje, toen er ineens iets veranderde om ons heen. Geluid, het licht… Vooral gezoem. Voordat we het wisten, was de hele omgeving vol dansende bijen. Uit alle kieren rond het raam op de eerste verdieping stroomden bijen. Honderden, duizenden!

Zet je geluid aan…

Het duurde niet lang of de hele zwerm verplaatste zich naar zo’n tien meter verderop. Ook wij zochten ons heil aan de andere kant van het huis, want wat moet je met zo’n zwerm, maar ik belde voor de zekerheid toch maar even met meneer Labarthe, de aardige imker die ons al eerder bezocht had. Hij stelde me gerust en zei dat ze waarschijnlijk met z’n allen in een boom zouden gaan hangen en dat ze daar voorlopig niet vandaan zouden komen. Hij zou de volgende dag langskomen.

bijentrosEn inderdaad, daar hingen ze. Zo’n drieduizend, vertelde hij toen hij arriveerde met een jonge leerling-imker. De koningin in het midden, goed beschermd door haar volk. In het achtergebleven kluitje bijen van het oude volk, in de muur van ons huis, zou over een tijdje een nieuwe koningin geboren worden.

Deze zwerm rond de oude koningin kon alleen overleven dankzij de zorg van onze imker. Als de verkennerbijen al een geschikte nieuwe plek gevonden zouden hebben, zou er nooit genoeg voedsel meer verzameld kunnen worden om de winter te doorstaan. Te weinig stuifmeel.

Ik was benieuwd hoe meneer Labarthe het volk zou meekrijgen. Hij haalde een houten kist met wasplanken tevoorschijn, trok zijn imkerpak aan – net als zijn hulpje – en stak een pluk hooi in een blaasbalg in de fik. Door de rook kropen de bijen nog stijver op elkaar om de koningin te beschermen. Zo kon hij even later in een paar grote halen het grootste deel van de zwerm in de kist vegen, die hij vervolgens in de boom schoof. Om ook de achterblijvers over te halen naar binnen te vliegen, blies hij nog wat extra rook op de schors. Zo verdween de geur van de koningin definitief.

bijenimker

‘Ik kom vanavond terug’, beloofde hij. ‘Dan slapen ze en dan kan ik ze makkelijk meenemen.’

Toen de avond viel, was er inderdaad geen bij meer te bekennen rond de kist. Deze bijen hadden geluk: de imker zou ze een paar kilo honing geven om straks weer fris het voorjaar tegemoet te gaan. Wij kregen ook een potje. Een mooi avontuur met een zoete afloop…

Schommelen, maaien en kastelen bouwen

Dat  jongeren het in het Franse zuiden goed kunnen hebben, vertelde ik in mijn vorige bericht. Proefondervindelijk kunnen we nu vaststellen dat ook 6-minners hier mooie dagen kunnen doorbrengen.

De schommel is een geheide hit, maar ook de grasmaaier doet het goed. Kleinzoon F hield het wel een uur vol voorop bij opa. Het hoogtepunt van de vakantie.

We hebben dan geen groot zwembad in de tuin, maar het opblaasbare minibadje voldoet prima op hete dagen en als de nood aan de man is, zetten we de sproeier erbij aan.

En dan heb ik het nog niet eens over de vier verhuisdozen vol Lego die meekwamen uit Rotterdam. Goed voor urenlang geconcentreerd sorteren en knutselen op de veranda. Ridderkastelen, piratenschepen, shovels en andere voertuigen staan te popelen om weer in elkaar gezet te worden.

We verheugen ons al op het volgende bezoek!

Hangmat met wifi

Hoe maak je het de vakantievierende puber naar de zin? Met wifi natuurlijk. Hoe plattelanderig traag de verbinding hier ook is, als je het voor elkaar krijgt om het signaal tot in de tuin te krijgen, dan kan de dag van de jonge gast niet meer stuk. Vooral als het reikt tot in de hangmat. Zo’n tevreden jongere is na het chillen best bereid om een karweitje te doen.

Hangmat

Het karweitje: een rondje op de grasmaaier. Eén rondje? Ja, maar wel een van een uurtje of twee, drie. Er is namelijk erg veel gras hier.

Ook ruim voorhanden: rijp en bijna rijp fruit. De mirabellenboom bezwijkt bijkans onder de vruchten!

Mirabella

Daarom ging Ella de boom in om uiterst bevallig fruit te oogsten. De eerste jams zijn inmiddels gemaakt – er zullen nog vele potjes volgen.

Familie, zo ver het oog reikt

Ernst, mijn oom die al meer dan 35 jaar in de Gers woont, had vorig jaar een lumineus idee: al zijn neven en nichten uitnodigen voor een familiefeest in juli. Twee dagen duurde het festijn en het bleek een doorslaand succes.

Op onze leeftijd ontmoet je neven en nichten zelden op een feestelijke manier. Meestal is het bij een begrafenis of crematie. Je zegt dan: wat zou het leuk zijn elkaar weer eens in vrolijkere omstandigheden te zien, maar daar komt nooit iets van.

Maar zo gaat het niet met de plannen van Ernst: hij zet ze door! Wat een geweldige eigenschap. Zo begon hij ooit alle portretten van zijn 600 dorpsgenoten te tekenen (daarover later meer), liep hij van Arles naar Santiago de Compostela en van Canterbury naar Rome en voer hij over de rivieren van Friesland naar Zuid-Frankrijk.

Net zo voortvarend organiseerde hij het neven- en nichtenfeest. En bijna iedereen was er. Tegen de dertig feestgangers aten onder de bogen van Bassoues (als je in de buurt bent: ga daar gezellig eten). Uitkijkend over de lange tafels zag ik familie zover het oog reikt.

familie

De volgende dag ging het feest onverdroten door. We begonnen na het ontbijt met een rondleiding in de Mairie van Montesquiou, waar bijna 400 portretten van Montesquiouenaars hangen. De kunstenaar zelf (Ernst dus, tweede van rechts), gaf uitleg.

Tentoonstelling

We raakten niet snel uitgekeken. Als je in de buurt bent: overdag is de Mairie gewoon open. En binnen is het lekker koel…

Tentoonstelling2

Tot ‘s avonds laat hebben we gezellig doorgefeest. Moraal van het verhaal: als je een ambitieus plan hebt, voer het dan gewoon uit. En als je denkt: het lukt vast, dan krijg je meestal gelijk. Kijk maar naar Ernst Carree: een man vol goede plannen die ze omtovert tot bijzondere avonturen, ontmoetingen en gebeurtenissen.

Adembenemend

We zaten gisterenavond te kijken naar een adembenemend schouwspel met licht, muziek en vuurwerk rond de Eiffeltoren. ‘Zoiets moois hebben de Fransen nodig na dit rampjaar’, zei ik nog tegen G. Ongeveer op dat moment richtte een meedogenloze gek een bloedbad aan op de boulevard in Nice. 

Onschuldige mensen, kinderen, feestgangers. Onbegrijpelijk dat iemand zoiets bedenkt en nog uitvoert ook.

Het beneemt me de adem. 

De Tour in Trie

De Tour de France kwam bij ons langs. Bijna. De renners trokken naar de Pyreneeën via Trie sur Baïse, zo’n 20 kilometer naar het zuiden. Dat evenement konden we niet laten lopen!

Trie is net als veel andere stadjes in de omgeving een vriendelijk maar slaperig plaatsje met een vierkant (markt)plein waar wat winkeltjes en horeca omheen liggen. De bewoners hadden werk gemaakt van de doorkomst, nou ja een beetje dan. De etalages rond het plein waren opgeleukt met vlaggetjes en gele fietsen. Midden op het plein stond een varkentje op een vélo.

Het publiek rijen dik? Ook dat viel mee. Eén rijtje, als je je best deed. Maar toch: het stadje was heel even in de ban van de Tour. Na een eindeloze stroom Skoda’s, andere sponsorauto’s en motoren verschenen eindelijk de zwaailichten en de kopgroep.

Zoeffff.

 

Voorbij.

 

In de file

Bijen zwermen in file rond een kiertje tussen een raam en een buitenmuur van ons huis. Ergens in de spouw moet het druipen van de honing en in de centrum van de nijverheid zit de koningin braaf te broeden op haar eitjes.

We zijn erg vóór bijen, maar we vonden ze net iets te nabij. Wat te doen? Bij de Gamm’vert, een plaatselijke Intratuinachtige waar we eerder stoere gereedschappen als een kettingzaag en een bosmaaier hadden gekocht, hadden we imkerspullen zien staan. We vroegen de vriendelijke bedrijfsleider of hij een imker kende en kregen meteen een visitekaartje van een amateur-bijenhouder.

Er stond apiculteur: imker. En: ‘Ik kom gratis uw zwerm ophalen’. Ja hoor, zodra we belden – ook al was het zaterdagmiddag – stond meneer Labarthe bij ons op de stoep. Hij werd helemaal blij toen we vertelden dat we uit Nederland kwamen, want behalve bijenhouder was hij ook groot vogelliefhebber, en ja, les Pays Bas, dat is toch wel het vogelwalhalla bij uitstek.

Jammer genoeg kon hij de zwerm niet bereiken om ze levend te pakken te krijgen, hoe ijverig hij ook met zijn rookapparaatje blies. Te ver weg, verstopt in de muur. Maar ze zijn niet agressief, verzekerde hij ons, en als we er toch te veel last van kregen, kwam hij wel terug met une bombe. Nee, word maar niet zenuwachtig, het huis blijft staan: een insectenverdelgingsmiddel heet hier ook een bom.

Zo’n paardenmiddel gaat ons te ver. Ook in Frankrijk zijn er steeds minder bijen vanwege de bestrijdingsmiddelen voor de landbouwgewassen. De grootste boosdoener volgens meneer Labarthe? Je zou het niet zeggen: het zo fris en onschuldig ogende koolzaad. We laten het raam voorlopig maar dicht, zodat Maja en haar vriendjes fijn door kunnen zoemen. We hebben ze hard nodig.

Hard werken

Geen radio met irritante muziek op max volume. Geen rookpauzes. Koffie? Staand opdrinken en dan hup, weer aan het werk. Rommel op de grond: meteen vegen en stofzuigen. Elke dag stipt op tijd beginnen en lekker doorgaan tot 7 uur ‘s avonds. Is er iets niet duidelijk? Madame, j’ai une question.

We hadden verhalen gehoord over Franse ouvriers. Niet zo positief. Onze ervaring logenstraft alle vooroordelen. De loodgieters, elektriciens, timmerlui en keukenboeren die bij ons komen, werken keihard en netjes. Ze hakken en breken, leggen nieuwe bedrading aan, smeren de muren nauwkeurig aan en ruimen alles weer op. Ze communiceren en denken mee en, niet onbelangrijk, ze zijn aardig.

Gaan en doorgaan!

Bijkomend voordeel van Franse werklui over de vloer: je vergroot je vocabulaire en je oefent vaste uitdrukkingen. Zelfs Carlos, die nauwelijks te verstaan is wegens een combinatie van binnensmonds, beetje verlegen & dialect, gaan we steeds beter volgen. En met François, de jongste en fervent rugby’er, kunnen we heel aardig over zijn sport praten.

De vaatwasser werkt!

Inmiddels staat onze nieuwe keuken er bijna. Vlak voor het weekend zorgde de baas er nog eigenhandig voor dat de gootsteen functioneerde, inclusief warm en koud water, en dat de vaatwasser het deed. Heel comfortabel. Tegen dinsdagmiddag moet de boel klaar zijn; dan kunnen we beginnen alle pannen, potjes en apparatuur een plaats te geven. Zo maken we ons huis stukje bij beetje ons thuis.